Pantry en lunchruimte: van het broodje tot de borrel
Het gezamenlijke broodje om half één, de koffieautomaat die twintig keer per dag wordt bezocht en de borrel die de vrijdag afsluit: de pantry ontworpen als het sociale hart van het pand.
Om half één gebeurt er iets in Nederlandse kantoren wat buitenlanders verbaast: iedereen staat tegelijk op, haalt een broodje en eet het samen in een half uur, al dan niet gevolgd door de lunchwandeling om het gebouw. De lunch is kort, gezamenlijk en sober, en juist daarom is de pantry – die in veel projecten als laatste wordt getekend en met het restant van het budget wordt ingericht – de ruimte waar de cultuur van het bedrijf werkelijk plaatsvindt. Voeg de koffieautomaat toe, in een land dat tot de grootste koffiedrinkers van Europa hoort, de taart bij verjaardagen, de vrijdagmiddagborrel die in dezelfde ruimte begint waar om negen uur nog gewerkt werd, en de informele afstemmingen die bij de automaat ontstaan, en het wordt duidelijk dat een pantry die te klein is om half één, met oncomfortabele stoelen en de afwas in het zicht, medewerkers precies vertelt hoe hoog ze worden ingeschat.
De pantry wordt ontworpen naar de piek om half één, niet naar het gemiddelde aantal mensen in de ruimte. Dat betekent tafels die het merendeel van de aanwezigen tegelijk kunnen ontvangen, koelkasten en magnetrons die berekend zijn op meegebrachte lunches en niet op een pak melk, een koffieoplossing die geen rij veroorzaakt, vaatwasser en afvalscheiding op de weg naar buiten, en een akoestiek die het mogelijk maakt met je buurman te praten als veertig mensen in dezelfde ruimte eten. Buiten de lunch moet dezelfde ruimte werken als informele ontmoetingsplek voor twee, als plek voor het korte staande overleg bij de automaat, als hoek waar een medewerker met laptop en koffie kan zitten zonder in de weg te staan, en om vijf uur op vrijdag als borrelruimte. De plek in het pand bepaalt of dat lukt: dicht genoeg bij de kantoortuin om gebruikt te worden, ver genoeg van de concentratiezones om niet te storen, en met daglicht als het maar enigszins kan.
La Mercanti richt pantry's, lunchruimtes en bedrijfsrestaurants in met Italiaanse tafels, stoelen en oppervlakken die dagelijks gebruik door veel mensen verdragen en er na drie jaar nog uitnodigend uitzien. Vertel ons hoeveel mensen tegelijk lunchen, of er een lunchvoorziening is en waar de ruimte in het pand ligt; wij stellen een inrichting voor die om half één én op vrijdagmiddag standhoudt.
Inspiratie
Veelgestelde Vragen
Hoe groot moet de pantry zijn als het hele pand om half één tegelijk luncht?
Reken erop dat 70 tot 80 procent van de aanwezigen tussen half één en één tegelijk zit, en geef ieder van hen ongeveer 1,2 vierkante meter aan tafel plus ruimte voor koelkasten, magnetrons, koffie, afwas en looproutes. Voor een bedrijf met 60 aanwezigen betekent dat een ruimte van 60 tot 75 vierkante meter als de lunch zonder rij en zonder staande eters moet verlopen. Dat is meer dan de meeste Nederlandse projecten reserveren, en het is de reden dat de lunch in veel bedrijven over de kantoortuin verspreid raakt, met kruimels op de toetsenborden als gevolg. Is de ruimte er niet, dan is het beter de pantry zo te tekenen dat ze opengaat naar een aangrenzende zone – een lounge, een projectruimte – die om half één tafels kan uitlenen en de rest van de dag zelfstandig werkt, dan een ruimte te accepteren die elke dag om half één te klein is.
Broodjes van thuis of een lunchvoorziening – wat betekent dat voor de inrichting?
Alles, en de keuze moet vóór de tekening worden gemaakt. Een pand waar iedereen zijn eigen lunch meebrengt, heeft koelkasten nodig die berekend zijn op het feit dat iedereen om negen uur een bakje inzet, genoeg magnetrons om de rij om half één in vijf minuten weg te werken, aanrecht naast de magnetron om het bakje op te zetten, een vaatwasser die geleegd en gevuld wordt zonder in de weg te staan, en tafelruimte voor iedereen tegelijk. Een pand met een lunchvoorziening waar broodjes worden bezorgd of belegd, heeft een uitgiftepunt met twee looprichtingen nodig, plek voor kratten en een vloer die morsen verdraagt. Veel Nederlandse bedrijven zitten ertussenin: een gezamenlijk broodje op de drukke dagen, eigen lunch op de andere, en dan moet de ruimte beide aankunnen zonder eruit te zien als een gesloten kantine. Werkbladen en tafelbladen zijn het zwaarst belaste meubilair van het hele pand en worden daarnaar gekozen, welk model ook. Afvalscheiding met duidelijke stromen is in Nederland vanzelfsprekend en valt op als ze ontbreekt.
Wat vraagt de akoestiek in een ruimte waar veertig mensen tegelijk eten en praten?
Meer dan in welke andere ruimte van het pand ook. Een pantry met harde oppervlakken – tegels, glas, staal – en veertig pratende mensen bereikt een geluidsniveau waarbij iedereen zijn stem verheft om verstaan te worden, en waarbij de lunch inspannend wordt in plaats van ontspannend. Wat helpt: absorberend materiaal tegen het plafond en op minstens twee wanden, tafels in groepen in plaats van één lange rij zodat de gesprekken klein blijven, en stoelen met gestoffeerde zitting of rug. De vloer is in een ruimte met eten zelden absorberend, dus plafond en wanden moeten de hele opgave dragen. De plek is de andere helft van de akoestiek: een pantry die rechtstreeks opengaat naar de kantoortuin, stuurt het geluid van de lunch naar wie doorwerkt, en een ruimte aan het eind van een gang wordt niet gebruikt. De oplossing is een zone ertussen – een lounge, een voorruimte – die het geluid opvangt.
Waar hoort de koffieautomaat: in de pantry of in de kantoortuin?
In de pantry of precies bij de ingang ervan, nooit midden in de kantoortuin. De koffieautomaat is het drukst bezochte punt van een Nederlands kantoor en brengt mensen samen die twee tot vijf minuten praten terwijl ze wachten. Staat hij in de kantoortuin, dan wordt dat gepraat lawaai voor wie er het dichtst bij zit; staat hij in de pantry, dan wordt het het informele overleg waarvoor de ruimte bedoeld is. De plek moet ruimte bieden aan drie of vier mensen die staan te praten zonder de volgende te blokkeren, met een klein blad voor het kopje en een plek voor cups en afval. Een statafel in de buurt maakt het vanzelfsprekend het korte overleg daar te voeren in plaats van een ruimte te reserveren. In panden met meerdere verdiepingen is één automaat per verdieping bij de pantry beter dan één grote beneden waar niemand heen gaat – en de rij om tien uur verdwijnt.
Hoe gebruiken we de pantry de rest van de dag, als er niet geluncht wordt?
Als de meest flexibele ruimte van het pand, als ze daarvoor is ingericht. Van negen tot half één en van één tot vijf is de pantry een plek voor het korte overleg bij de automaat, voor een medewerker met laptop die ergens anders wil werken dan aan zijn bureau, voor het informele gesprek tussen twee collega's en op vrijdag voor de borrel die de week afsluit. Dat vraagt dat niet alle tafels grote lunchtafels zijn: een mix van tafels voor vier tot zes, een paar statafels en een hoek met twee fauteuils geeft de ruimte meerdere gezichten. Stroom bij een paar tafels maakt het mogelijk er een uur te werken. De verlichting moet 's middags te dimmen zijn, en een scherm aan de wand maakt de ruimte bruikbaar voor de maandelijkse bedrijfsbijeenkomst. Een pantry die een half uur per dag wordt gebruikt, is een dure vierkante meter; een die de hele dag wordt gebruikt, is de beste investering van het pand.
Hoe houden we de pantry netjes als 60 mensen haar elke dag gebruiken?
Door haar zo in te richten dat opruimen makkelijker is dan laten staan. De vaatwasser staat waar je vanzelf langsloopt met je bord en kopje, met afruimplek en afvalscheiding ernaast, zodat het juiste doen tien seconden kost. Koelkasten met duidelijke indeling, een plek voor meegebrachte lunches en een voor restjes, voorkomen dat dingen worden vergeten tot ze ruiken. Oppervlakken moeten makkelijk af te nemen zijn en dat verdragen, en poreuze materialen worden bij het aanrecht vermeden. Gesloten opbergruimte voor servies, koffie en servetten houdt de tafelbladen vrij. Ten slotte moet worden afgesproken wie na de lunch verantwoordelijk is – in de meeste Nederlandse bedrijven gaat dat volgens een rooster, en een zichtbaar rooster in de ruimte werkt beter dan een mail. Een ruimte die is getekend om hard gebruikt te worden, vraagt minder discipline dan een die is getekend voor de openingsdag.
Zo richt u pantry en lunchruimte in vijf stappen in: van het broodje om half één tot de vrijdagmiddagborrel
Voor wie de pantry van een organisatie plant – officemanager, facilitair manager of architect. Vijf stappen die uitgaan van hoe er in het pand werkelijk wordt geluncht en gepauzeerd, en eindigen met een ruimte die van de ochtendkoffie tot de borrel in gebruik is.
Tel de lunch en breng de pauzes van een doorsnee week in kaart
Noteer een week lang hoeveel mensen tussen half één en één tegelijk eten, of de lunch van thuis komt of wordt bezorgd, hoeveel mensen aan hun bureau eten, hoeveel de lunchwandeling maken en waar de koffie wordt gehaald. Registreer ook de informele overleggen: waar ze ontstaan, hoe lang ze duren en of ze iemand storen. Die cijfers – niet het aantal medewerkers op de loonlijst – bepalen de grootte van de ruimte, het aantal zitplaatsen, het aantal koelkasten en magnetrons en de plek van de koffieautomaat. Vraag tegelijk de medewerkers wat ze missen; het antwoord is doorgaans ruimte, rust en een fatsoenlijke plek om te zitten.
Plaats de ruimte tussen de kantoortuin en de rust, met daglicht als het kan
Kies een plek die dicht genoeg bij de werkplekken ligt om buiten de lunch gebruikt te worden, en gescheiden genoeg om het geluid van de lunch niet naar de concentratiezones te laten dragen. Een zone ertussen – een voorruimte, een lounge, een brede gang met statafels – vangt het geluid op en biedt tegelijk een plek voor het korte overleg. Geef voorrang aan daglicht; een pantry zonder raam wordt een plek waar snel gegeten en vertrokken wordt, en in november is het raam wat de lunch tot een pauze maakt. Plaats de koffieautomaat bij de ingang van de ruimte, zodat hij mensen samenbrengt zonder ze door de hele lunch te trekken.
Bereken koelkasten, magnetrons en koffie op de piek, niet op het gemiddelde
Tel het aantal meegebrachte lunches op een dinsdag in februari als iedereen op kantoor is, en bereken de koelkasten daarop. Zet genoeg magnetrons neer om de rij om half één in vijf minuten weg te werken, met aanrecht ernaast. Leg afwas, afruimen en afvalscheiding in een eigen zone op de weg naar buiten, niet zichtbaar vanaf de tafels. Kies werkbladen die hete bakjes, morsen en dagelijks schoonmaken verdragen, en gesloten opbergruimte voor servies en koffie zodat de tafels vrij blijven. Bij een lunchvoorziening: twee looprichtingen langs het uitgiftepunt en een vloer die kratten en morsen verdraagt.
Kies tafels, stoelen en akoestiek voor de piek en geef de ruimte meerdere gezichten
Bereken de zitplaatsen op 70 tot 80 procent van de aanwezigen tegelijk, in groepen van vier tot zes in plaats van één lange rij, zodat de gesprekken klein blijven. Vul aan met statafels en een hoek met fauteuils, zodat de ruimte de rest van de dag werkt en op vrijdag als borrelruimte. Kies stoelen die intensief gebruik verdragen en af te nemen zijn, en tafels met randen die niet beschadigen door dagelijks schoonmaken. Behandel het plafond en minstens twee wanden akoestisch, omdat de vloer dat niet kan; vraag gedocumenteerde absorptiewaarden. Leg stroom bij een paar tafels en plan verlichting die 's middags te dimmen is.
Draai de ruimte twee weken in en stel de afspraken op samen met wie haar gebruikt
Open de ruimte zonder ceremonie en kijk de eerste twee weken mee: waar ontstaat een rij, waar hoopt de afwas zich op, welke tafels worden niet gebruikt, waar staan mensen te praten. Pas de opstelling daarop aan. Stel daarna samen met de medewerkers vast wie na de lunch opruimt, hoe de koelkasten op vrijdag worden geleegd en waar cups en afval worden gescheiden, en hang het rooster zichtbaar in de ruimte. Een pantry die is ingericht naar hoe het pand werkelijk luncht, heeft weinig regels nodig; een die naar een tekening is ingericht, heeft er veel nodig en krijgt ze niet nageleefd.