Sinds 7 augustus 2026 is het kantoor dat Herman Hertzberger voor Centraal Beheer in Apeldoorn ontwierp een rijksmonument. In de toelichting van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed staat een zin die iedereen die een kantoor inricht zou moeten kennen: de ruimtelijke indeling en inrichting ‘werden bepaald door communicatiepatronen en mogelijkheden voor ontmoeting’, en meubels ‘werden gebruikt als flexibele ruimtescheiders’.
Op 27 oktober opent ORGATEC in Keulen; tot en met 30 oktober staat de beurs onder het motto ‘From rooms to relationships: designing spaces in an ever-changing world’. De organisator licht het toe met digitalisering, hybride modellen, duurzaamheid en een groeiende vraag naar samenwerking, die volgens hem veranderen hoe we ruimtes begrijpen en maken; de beurs wil laten zien hoe puur functionele omgevingen plekken van echte verbinding kunnen worden. Ik ga kijken, en de zin uit Apeldoorn gaat mee als aanvulling op dat motto. Een ruimte is al een relatie: waar de stoelen staan en hoe ver de werkplekken uit elkaar liggen, bepaalt mee hoe mensen met elkaar spreken, nog voordat er een woord valt.
In Apeldoorn kwam de plattegrond voort uit de ontmoeting
Het gebouw bestaat volgens het rijksmonumentenregister uit identieke ruimtelijke eenheden van negen bij negen meter, met daaromheen tussenruimtes van drie meter breed. De Rijksdienst telt zestig van die eenheden, paviljoens die met open verkeersruimtes en bruggen aan elkaar zijn geschakeld. Het nieuwe hoofdkantoor moest een bijzondere en aantrekkelijke werkplaats voor meer dan duizend mensen worden. De toelichting plaatst het ontwerp in een tijd van groeiende overlegcultuur en democratisering van de organisatie, waarin men zocht naar gebouwvormen ‘met een focus op flexibiliteit en menselijke relaties’. Hertzberger ging daarbij uit van de gebruikers. Hij zocht een vorm die hun de gelegenheid liet een eigen plek te scheppen en zich thuis te voelen; ‘gebruikers worden bewoners’, stelde hij. Het beton en de B2-blokken waren oorspronkelijk minimaal afgewerkt, om ruimte te laten voor ‘toeëigening’ door de medewerkers, en daar werd enthousiast gebruik van gemaakt.
Ik lees in die toelichting een volgorde die ik iedere opdrachtgever zou aanraden. Eerst vaststellen wie elkaar moet treffen, dan pas meubels kiezen, en die meubels ook zien als wanden die kunnen verschuiven wanneer de organisatie verandert. Wie vandaag coworking meubilair en flexibele werkplekken uitzoekt, begint met de vraag welke gesprekken een plek moet opvangen, pas daarna met de catalogus. Over wat een kamer vertelt over wie er werkt, schreef ik half oktober bij het directiebureau uit Italië; in Apeldoorn gaat het om wat een plattegrond tussen mensen laat gebeuren.
Tussen twee werkplekken beslist de afstand mee wie wie spreekt
Wie met wie praat en hoe ver hun werkplekken uit elkaar liggen: die twee gegevens zette Thomas J. Allen tegen elkaar af. Zijn terrein waren organisaties voor onderzoek en ontwikkeling, waar hij volgde hoe technische informatie zich verspreidt; het boek dat daaruit voortkwam, Managing the Flow of Technology, verscheen in 1977 bij MIT Press. Zijn maatstaf was de kans dat twee mensen elkaar in een week spreken. Dat die kans met de afstand kleiner wordt, zou vermoedelijk niemand verbazen, schrijft hij; verrassend noemt hij het werkelijke tempo waarin ze daalt. Dertig jaar later, in The Organization and Architecture of Innovation, geschreven met Günter Henn, laat een grafiek opnieuw zien hoe de kans op communicatie zakt naarmate de afstand toeneemt.
Het ging om mensen in onderzoek en ontwikkeling, geen verzekeringsmedewerkers; zijn uitkomsten trek ik niet door naar een verzekeraar. De richting komt wel overeen met die van Apeldoorn: wie elke week met elkaar moet overleggen, hoort in de plattegrond dicht bij elkaar.
Het bureau zet de bezoeker op zakelijke afstand
De stoel voor een bureau van standaardmaat staat acht tot negen voet, zo’n 2,4 tot 2,7 meter, van degene die erachter zit. Edward T. Hall noteerde dat in 1966 in The Hidden Dimension, zijn boek over de ruimte die mensen tussen zich en anderen laten. Die afstand valt binnen wat hij de verre fase van de sociale afstand noemt, zeven tot twaalf voet of ruwweg 2,1 tot 3,7 meter, waar zakelijke en sociale gesprekken een formeler karakter krijgen dan in de nabije fase. De bureaus in de kantoren van belangrijke mensen zijn volgens hem groot genoeg om bezoekers precies daar te houden.
Afstand heeft zijn nut. Voor een onderhandeling of een beoordelingsgesprek past een formele toon. In de geest van Hertzbergers ‘gebruikers worden bewoners’ laat ik die keuze liever aan wie de kamer bewoont dan aan de diepte van het werkblad: een kamer waarin hij voor het ene gesprek op afstand ontvangt en voor het andere dichterbij gaat zitten.
Aan tafel hangt de gewenste plaats af van de taak
In een kantine, waar praten werd aangemoedigd, gingen paren studenten tegenover elkaar zitten; in een bibliotheek, waar het werd ontmoedigd, kozen ze afstand. Robert Sommer beschreef die waarneming in 1965 in Sociometry, in het artikel Further Studies of Small Group Ecology. Daarnaast vroeg hij met vragenlijsten welke plaats men verkiest naar gelang van de taak van de groep. In het algemeen gaat de voorkeur bij een ongedwongen gesprek naar de hoek, bij samenwerken naar een plaats naast elkaar, bij werk dat ieder voor zich doet naar plaatsen op afstand, en bij wedijver naar de plaats tegenover de ander. Welke rol oogcontact bij het regelen van zo’n schikking speelt, komt in het artikel ook aan bod.
Het gaat om voorkeuren uit vragenlijsten van ruim zestig jaar geleden. Toch geven ze een bruikbare vraag mee aan wie vergadertafels kiest: voor welk overleg is deze tafel bedoeld, en welke plaatsen biedt het blad aan wie samen tot een besluit moet komen? Wie er samen een oplossing zoekt, hoeft dan niet als tegenpartij tegenover de ander te zitten.
Vier maten, van gebouw tot stoel
Het gebouw. Centraal Beheer, Apeldoorn (rijksmonument 532559): identieke eenheden van 9 bij 9 meter met tussenruimtes van 3 meter; volgens de Rijksdienst bepaalden communicatiepatronen en mogelijkheden voor ontmoeting de indeling.
Tussen twee werkplekken. De kans op wekelijks contact daalt met de afstand, in een tempo dat Allen zelf verrassend noemt (1977, onderzoek en ontwikkeling).
Voor het bureau. Bij een bureau van standaardmaat zit de bezoeker op 2,4 tot 2,7 meter van wie erachter zit; tussen 2,1 en 3,7 meter krijgt een gesprek een formeler karakter (Hall, 1966).
Aan tafel. Voorkeuren uit vragenlijsten: de hoek voor een ongedwongen gesprek, naast elkaar om samen te werken, op afstand wie ieder voor zich werkt, tegenover elkaar wie wedijvert (Sommer, 1965).
Wat ik meeneem naar Keulen
Bij elke opstelling in Keulen neem ik de vraag uit Apeldoorn mee: welke gesprekken maakt dit meubel mogelijk, en op welke afstand? Voor wie de ruimte dagelijks gebruikt, beslist het antwoord of de collega met wie je elke week overlegt op loopafstand zit, en of een gast tegenover het werkblad plaatsneemt of naast je aan tafel. Dat kies je bij de inrichting, en die keuze maak je beter bewust dan bij toeval.
Een plattegrond is een afspraak tussen mensen die elkaar nog niet hebben gesproken.
Snelle antwoorden
Wanneer en waar is ORGATEC 2026? In Keulen, van 27 tot en met 30 oktober 2026. Het motto van de organisator is ‘From rooms to relationships: designing spaces in an ever-changing world’.
Wat zegt de Rijksdienst over het kantoor van Centraal Beheer in Apeldoorn? Het door Herman Hertzberger ontworpen kantoor is sinds 7 augustus 2026 als rijksmonument ingeschreven onder nummer 532559. In zijn toelichting, die hij zelf een voorlopige waardering noemt, beschouwt de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed het gebouw onder meer als vroeg en kwalitatief hoogstaand voorbeeld van een kantoortuin en als iconisch toonbeeld van het structuralisme in de Nederlandse architectuur.
Op welke afstand zit een bezoeker voor een bureau volgens Edward T. Hall? In The Hidden Dimension (1966) schrijft Hall dat de stoel tegenover zelfs bij een bureau van standaardmaat acht tot negen voet, zo’n 2,4 tot 2,7 meter, verwijderd staat van degene die erachter zit. Op de verre sociale afstand, 2,1 tot 3,7 meter, hebben gesprekken volgens hem een formeler karakter.
Hoe zitten mensen het liefst om samen te werken aan een tafel? In de vragenlijsten van Robert Sommer (Sociometry, 1965) geven samenwerkende groepen de voorkeur aan een plaats naast elkaar, ongedwongen gesprekspartners aan de hoek en wedijverende groepen aan de plaats tegenover elkaar.